![]() |
||||||||||
|
|
|
|
||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| inschrijvingen ……………………… FOLDER ……………………… brieven aan ouders ……………………… KALENDER ……………………… CLB school ……………………… ROOSTER > lessen > examen ……………………… school reglement ……………………… BIBLIOTHEEK ……………………… PARTICIPATIE > leerlingen > leerkrachten > ouders > schoolraad ……………………… personeel ……………………… leerlingen ……………………… oud leerlingen ……………………… sport na school ……………………… ……………………… ligging ……………………… IDDINK ……………………… internaat de la Salle ……………………… PENDELEN > DeLijn > NMBS
|
LEDOS – WERKING LEDOS = Leven En Dood Op School Een Latijnse spreuk zegt: “Niet voor de school, maar voor het leven leren wij”. Aangezien de dood onlosmakelijk verbonden is met het leven, is het onderwerp van sterven en rouwen ook op school niet te vermijden. Ook al zouden wij onze jongeren (en collega’s) maar wat graag al dat leed besparen, ze krijgen er hoe dan ook mee te maken. Leren omgaan met de dood maakt dus deel uit van het leven en hoort dus ook op school geïntegreerd te worden in het opvoedingsproject. Leerlingen en personeelsleden moeten de kans krijgen om –als zij dat willen- hun rouw ook tijdens hun aanwezigheid op school te kunnen beleven. Dit gebeurt uiteraard in de eerste plaats in informele contacten met mensen bij wie men zich goed en veilig voelt. Maar er zijn ook enkele leerkrachten, die extra tijd maken om leerlingen, die een rouwperiode doormaken, zo goed mogelijk te begeleiden. Bovendien vinden we het belangrijk om de overlijdensberichten die naar school worden gestuurd op een persoonlijke manier te beantwoorden, in overeenstemming met de religieuze of filosofische overtuiging van de overledene en zijn nabestaanden. De getroffen families worden ook in de Paastijd uitgenodigd op een eucharistieviering ter nagedachtenis van de overledenen. Familieleden van overleden collegae en leerlingen worden elk jaar opnieuw uitgenodigd om hun geliefden te herdenken. Tenslotte beschikken wij over een schooleigen draaiboek, waarin we vakleerkrachten, titularissen én administratief personeel kunnen bijstaan om een klas op te vangen, die wordt geconfronteerd met het overlijden van een medeleerling. |
|||